Gebiedsoverleggen Osdorp en Bos en Lommer voorjaar 2026

Tijdens de Gebiedsoverleggen, die vier keer per jaar plaatsvinden, komen de scholen samen om wijkaanpakken te ontwikkelen, evalueren en bij te stellen met als doel zoveel mogelijk kinderen op de eigen school, in de eigen buurt, de ondersteuning te geven die zij nodig hebben: geen kind de buurt uit. In Bos & Lommer en Osdorp lopen momenteel aanpakken vanuit Kentalis en VierTaal voor ondersteuning bij het taalonderwijs, en een aanpak voor speltherapie. In Osdorp is begin dit jaar een aanpak voor (zeer) moeilijk lerende kinderen gestart, in samenwerking met ABC, SBO De Kans en KOLOM. Deze gaat worden uitgebreid tot een aanpak rond gedrag. Ook in Bos en Lommer is dat een van de thema’s met de hoogste prioriteit. 

In beide gebieden is behoefte aan combinaties van generalisten (orthopedagogen) en specialisten (bijv. een gedragsspecialist). Dit blijkt in Osdorp al goed te werken rond de aanpak (moeilijk) leren. Deze zouden voor alle scholen beschikbaar moeten zijn, en bij voorkeur uiteindelijk zelfs in dienst moeten komen van de gezamenlijke scholen. De expertise wordt dan echt van de scholen zelf, de experts worden onderdeel van de schoolteams. 

Bos en Lommer: aanpak rond gedrag

In Bos en Lommer werden de contouren geschetst voor een effectieve aanpak rond gedrag, met een goede balans tussen preventief (voorkomen dat, en begrijpen waarom ongewenst gedrag ontstaat) en curatief werken (ongewenst gedrag weer omzetten in gewenst gedrag). 

  • Er is meer kennis nodig over traumasensitief onderwijs en hechtingsproblematiek. We kunnen hiervoor op wijkniveau scholingen organiseren.
  • Een flexibele inzet van een orthopedagoog voor de hele buurt is wenselijk. Hierdoor weet je wat er bij de buren gebeurt, en kun je zelf een multidisciplinaire bespreking organiseren waarbij ook het samenwerkingsverband betrokken wordt. 
  • Er is sowieso behoefte aan meer orthopedagogische handen die rust kunnen creëren binnen de school, en voor een leerling. 
  • De orthopedagogische generalisten en de scholen gaan samenwerken met specialisten zoals een speltherapeut, gedragsspecialist en ook pedagogisch medewerkers vanuit de jeugdhulp. Uiteindelijk nemen we deze mensen zelf in dienst; dat is goedkoper en effectiever dan inhuur. 
  • Om leerlingen met gedragsproblemen toch op school te kunnen houden, is het nodig om een rustige leeromgeving binnen de school te hebben (een lokaal of plek die daarvoor speciaal is ingericht), waar een leerling tot rust kan komen, om zich daarna weer bij de groep te kunnen voegen. 
  • Het zou goed zijn om twee keer per jaar een studiedag voor de hele wijk te organiseren om dit voor elkaar te krijgen. 

2026-04 Osdorp

Osdorp: kennisdelen, landen en samenwerken

In Osdorp stonden twee voorbeeldcasussen centraal van jonge kinderen die extra begeleiding nodig hebben bij het aanleren van schoolse vaardigheden om te kunnen functioneren binnen een groep. De Startklassen die hiervoor zijn ingericht bieden hen onvoldoende steun. Ze komen dan op een wachtlijst voor het SO, of een plek binnen een KDC. Wat kunnen we deze kinderen bieden totdat ze daar terecht kunnen? En is het zelfs mogelijk ze een dusdanig aanbod te geven, dat ze mogelijk alsnog, met wat extra begeleiding, kunnen aansluiten bij een reguliere groep? 

  • Wat daarvoor nodig is, is het inrichten van onderwijs-zorggroepen (OZG’s) binnen het reguliere onderwijs. Aanvullende jeugdhulp werkt hierin samen met het onderwijs in kleine groepen op reguliere scholen. Op verschillende scholen in Amsterdam (waaronder op De Punt kun Osdorp) worden hier al positieve ervaringen mee opgedaan (zie de special over OZG’s, gemaakt in februari 2026). 
  • Waar in Osdorp ook behoefte aan is, is een regelmatig overleg waarop scholen casussen kunnen inbrengen en met elkaar kunnen bespreken. Aan dit overleg zou een brede vertegenwoordiging kunnen deelnemen van iedereen die betrokken is bij de ondersteuning van kinderen, inclusief de ouders. Scholen kunnen dit zelf met elkaar organiseren. 
  • Een andere behoefte is om meer tijd te nemen om vooraf goed te observeren wat een kind nodig heeft. Dit kwam ter sprake bij de evaluatie van de aanpak speltherapie: er is behoefte aan een afweging welke kinderen van welke scholen het meeste baat hebben bij speltherapie. Dit kan ervoor zorgen dat meer scholen gebruik kunnen maken van de beschikbare speltherapeut. 
  • Een andere vorm die onder meer op De Globe wordt toegepast, is de inrichting van instroomgroepen: alle kinderen in groep 1 starten in de instroomgroep. Deze wordt begeleid door een orthopedagoog en een gespecialiseerde leerkracht. Deze groep biedt de mogelijkheid kinderen eerst even goed te observeren voordat zij in een normale kleutergroep worden geplaatst. Voor kinderen is het fijn om eerst even te kunnen ‘landen’, voor de school om te weten wat het kind precies nodig heeft.
  • Verder is er algemene behoefte aan meer momenten om kennis te delen, en gezamenlijke teamtrainingen te organiseren voor de wijk als geheel. 

Op deze manier krijgen scholen steeds meer ‘tools’ om zelf de stappen te kunnen zetten om de ondersteuning van kinderen met elkaar te organiseren. De bovenbestuurlijke samenwerking Geen Kind de Buurt Uit biedt daarvoor de structuur en de faciliteiten. 

Deel deze pagina: