Wie zijn die experts op de Expertisekaart?

Expertiseschil investeert in contact

Expertiseschil komt volgend schooljaar vaker bij elkaar

Hoe zorgen we ervoor dat we voor medewerkers in de scholen met één druk op te knop te vinden zijn? Over die vraag ging het in de tweede bijeenkomst van de Expertiseschil, op 26 mei bij SBO De Kans. Het antwoord ligt niet in het optuigen van procedures, vonden de aanwezige experts, maar in elkaar beter leren kennen.

In de Expertiseschil zitten alle generalisten (zoals orthopedagogen) en specialisten die scholen kunnen inschakelen om te zorgen dat geen kind de buurt uit hoeft voor passende ondersteuning. Dit zijn dus de mensen die je kunt aanspreken of bellen als een leerling iets anders nodig heeft dan je in de school kunt bieden. Ze zijn ook te vinden op expertisekaart.amsterdam.

Maar contact leggen met een expert die je niet kent, doe je in de praktijk niet snel. Je belt eerder naar de vertrouwde contacten die je op het lijstje vóór in je agenda hebt staan. Aan de leden van de Expertiseschil dus de opdracht om te zorgen dat ook zij op dat lijstje komen te staan.

De eerste stap op weg daarnaartoe is dat de experts elkaar onderling beter leren kennen. Dat is belangrijk omdat veel signalen en vragen in eerste instantie binnenkomen bij de generalisten/orthopedagogen. Die moeten goed weten naar wie zij de vragen kunnen doorspelen die zij zelf niet oppakken. Ook moeten de scholen erop kunnen rekenen dat de experts onderling op één lijn zitten en samenwerken. Dat moet nog groeien, want de Expertiseschil bestaat pas kort. Eén keer in de drie maanden een ontmoeting van een uur is niet genoeg om een beeld te krijgen van elkaars visie en deskundigheid.

Daarom spreken de leden van de Expertiseschil af dat ze elkaar komend schooljaar gaan opzoeken in de praktijk. Daar is geen nieuwe structuur voor nodig: iedereen maakt gewoon wat tijd vrij in de agenda om een paar keer aan te sluiten in een situatie waarin een collega-expert aan het werk is. Daarnaast zal de Expertiseschil komend schooljaar vaker bij elkaar komen. Voorlopig twee keer in de zeven weken, in een flexibele setting. Dit is tijdelijk: als iedereen met elkaar vertrouwd is, kan de frequentie weer omlaag. Het secretariaat gaat iedereen hiervoor agendaverzoeken sturen.

 Stap twee is vervolgens dat de expertise beter bereikbaar wordt voor leerkrachten. Directeuren en IB’ers kunnen helpen door hun team zo goed mogelijk te informeren. Maar het is ook belangrijk dat informatie van Geen Kind de Buurt Uit voor leerkrachten rechtstreeks toegankelijk is. Dieneke Blikslager, vanaf augustus wijkverbinder, ziet kansen in een laagdrempelige, visuele vertaling van alle wijkaanpakken die in ontwikkeling zijn.

Op termijn zal de Expertiseschil verder worden uitgebreid met experts vanuit de scholen. Zo komt de expertise nog dichter bij de praktijk. Dat is ook de bedoeling, vinden de aanwezigen om tafel: de Expertiseschil is een verlengstuk van de scholen. “Door middelen en inzet te bundelen, zorgen we samen voor een rijke club met expertise in de wijk”, zegt Dieneke Blikslager tot slot. “Geen Kind de Buurt Uit is van ons samen.”

Deel deze pagina:

BEN in de Buurt sprak met Cultuurtolk (Lokaal 0) en Schoolmaatjes ONS