- Kennis, Geen kind de buurt uit!
- 7 juli 2024
Ze schieten als paddestoelen uit de grond, de (Klaar voor de) Startklassen, instroom- of doorstroomgroepen, of bamboegroepen, zoals ze ook wel heten. De behoefte is groot: steeds meer jonge kinderen in Amsterdam zijn nog niet ‘schoolrijp’ als ze 4 jaar worden. Ze zijn nog niet zelfredzaam genoeg, zijn sociaal-emotioneel onvoldoende gereguleerd, en/of hun taalontwikkeling is nog onvoldoende op gang gekomen. In ‘startklassen’ krijgen ze de kans om zich alsnog te ontwikkelen om deelname aan een reguliere kleuterklas mogelijk te maken. THUIS Orthopedagogen begeleidt dertien Klaar voor de Startklassen in Amsterdam. Met Merel Sluijter en Pamela Burwinkel bespreken we de actuele stand van zaken: wat zijn de resultaten, en wat kan bijdragen aan een structurele oplossing van het probleem?
Eerst over de oorzaken: hoe komt het dat veel jonge kinderen de laatste jaren zo’n ontwikkelingsachterstand vertonen op het moment dat ze de leeftijd hebben om naar school te gaan? “Vanaf 2020/2021 zagen we het aantal hulpvragen voor individuele kleuters toenemen. De lockdowns hadden daar zeker mee te maken. Ouders werkten vanuit huis, terwijl ook de kinderen thuis moesten worden opgevangen. Veel van hen groeiden op achter een beeldscherm, en hadden weinig sociale interactie. De lockdowns liggen al weer een tijdje achter ons, maar de problemen zijn gebleven. Veel ouders hebben moeite economisch het hoofd boven water te houden en missen een vangnet. Ze hebben daardoor weinig headspace, weinig tijd en ruimte om een spelletje met hun kind te doen, of een boekje met ze te lezen. En we zien het overal om ons heen: iedereen is druk in de weer met tablets en telefoons, waardoor ze emotioneel minder beschikbaar zijn voor hun kinderen. We onderschatten het belang van sociale interactie voor de ontwikkeling van kinderen.”
Het goede nieuws is dat het met de meeste kinderen alsnog goed komt. “Kinderen zijn gelukkig heel flexibel”, zeggen Merel en Pamela. “Hun hersenen zijn net sponsjes: ze zijn nog heel erg leerbaar.”
Door positieve bekrachtiging, veel herhaling en directe correcties leren kinderen in de startklassen spelenderwijs wat er van ze verwacht wordt. De kleine groepen van maximaal acht kinderen worden begeleid door deskundige medewerkers als orthopedagogen en kinderpsychologen. Die observeren wat er gebeurt en hebben oog voor het hele systeem rond het kind. Betrokkenheid van ouders is essentieel: zij zijn aanwezig bij de dagstart en de afsluiting, zodat ook zij leren hoe belangrijk spelen is voor de ontwikkeling van hun kind.
“Het mooiste zou het natuurlijk zijn als alle kinderen naar de voorschool zouden gaan”, zeggen Merel en Pamela van THUIS Orthopedagogen. “Als we de voorschool weer gratis maken voor alle kinderen in Amsterdam zou dat veel kunnen oplossen.”
THUIS Orthopedagogen heeft inmiddels ook een volgende stap ontwikkeld: van Klaar voor de Startklassen naar Duurzame Inzet Jonge Kind, oftewel DIJK. Een school die de basis op orde heeft, kan met behulp van THUIS overstappen op de DIJK-aanpak. Het team werkt dan nauw samen met de voorschool en ontwikkelt hiervoor een doorlopende leerlijn van 2 tot 6 jaar. School en voorschool komen regelmatig samen, kijken in elkaars groepen en delen casuïstiek. Ouders worden ondersteund in oudernetwerken, waar ze leren wat werkt en wat niet.
“Op deze manier kunnen we preventiever werken, en zo laagdrempelig mogelijk. Vooral belangrijk is een goede samenwerking tussen de verschillende, ook informele partijen in de wijk. De bureaucratie die we hebben opgetuigd, blokkeert nog te vaak de goede aandacht die nodig is voor het kind.”
Als we Merel Sluijter en Pamela Burwinkel vragen om een blik in hun gedroomde toekomst te werpen, en te schetsen wat er nodig is om daar te komen, beginnen hun ogen te stralen: “Een kind dat nu geboren wordt, krijgt als het aan ons ligt in de eerste 1.000 dagen alle ondersteuning die het nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Ouders weten waar ze terecht kunnen voor advies over wat ze zelf kunnen doen. Ouderschap is ingewikkeld en daarom is het belangrijk is dat we elkaar helpen, als gemeenschap. Verder hopen we scholen in de nabije toekomst steeds meer werken volgens de DIJK-aanpak. Ze hebben dan een stevig team waarin iedereen handelingsbekwaam is. Wij hebben dan inmiddels meer een train-de-trainer-rol: wij geven scholen de tools om het zelf te kunnen.”
Gedrevenheid is een eigenschap die THUIS Orthopedagogen kenmerkt. Kansengelijkheid is wat ze drijft. Zo ontwikkelen ze momenteel een digitaal programma over weerbaarheid, gericht op de groepen 7 en 8 van de basisschool, dat in januari 2026 live gaat. Kinderen leren hierin spelenderwijs zichzelf vragen te stellen over negatief gedrag. Het helpt ze een laag zelfbeeld te voorkomen, en hun welbevinden te vergroten.
“Wij houden van kinderen”, zeggen Merel en Pamela. “Welke kansen je krijgt, mag niet afhankelijk zijn van waar je wieg staat. Daar strijden wij voor.”
Op 10 juni jl. vond op initiatief van de gemeente Amsterdam een stadsbrede online bijeenkomst plaats over de stand van zaken rond de startklassen. Enkele van de uitkomsten:
De bijeenkomst maakte de behoefte duidelijk aan een fysieke kennisdelingsbijeenkomst in de nabije toekomst. De gemeente zal hiertoe het initiatief nemen, in het kader van het stedelijke programma Kansrijk Vervolg voor het Jonge Kind.