Bernlef Knossen: ‘Wat ik bijzonder vind, is dat scholen steeds meer hun nek uitsteken’

Hoe kijk je terug op (bijna) 3 jaar BEN in de Buurt / Geen Kind de Buurt Uit?
Ik kijk terug op een uitdagende, soms complexe, maar vooral positieve periode. Het is een traject waarin we samen veel leren en opbouwen. Wat het waardevol maakt, is dat het collectief optrekken binnen een gebied zijn vruchten begint af te werpen. Dat zien we inmiddels terug in verschillende aanpakken op de thema’s jonge kind, leren, gedrag en taal.
Wat het daarnaast waardevol maakt, zijn de vele mooie samenwerkingen die we opbouwen met de scholen en aanverwante partners in Osdorp en Bos en Lommer. Samen werken we aan een gezamenlijk perspectief voor alle kinderen in de buurt – een manier van denken en werken waarin we elkaar steeds beter weten te vinden en versterken.

Wat is er bereikt in die drie jaar?
We werken aan een ander bewustzijn en perspectief: een beweging van individueel denken naar het gezamenlijk dragen van verantwoordelijkheid voor alle kinderen in de buurt. Scholen en schoolbesturen kijken steeds minder vanuit hun eigen positie en steeds meer vanuit het grotere geheel: wat heeft dit kind, in deze buurt, van ons samen nodig?
Bestuur, beleid en praktijk weten elkaar steeds beter en logischer te vinden. Samen met de scholen en partners, waaronder het gespecialiseerd onderwijs, werken we steeds meer aan preventieve aanpakken binnen de scholen. Daardoor kunnen we voor grotere groepen kinderen echt iets betekenen.
Door ondersteuning gezamenlijk – bijvoorbeeld voor een jaar – in te kopen, creëren we rust, continuïteit en meer vertrouwen binnen de scholen. Daarnaast zetten we steeds sterker in op robuuste aanpakken: het moet ons steeds minder ‘overkomen’, maar iets worden waar we gezamenlijk op handelen.

Waar ben je het meest trots op?
Ik ben trots op de prettige en constructieve samenwerking met de scholen en met de partners die zich inzetten op en rondom de scholen. Wat ik bijzonder vind, is dat scholen steeds meer hun nek uitsteken: minder vanuit concurrentie – wat eigenlijk al gek is – en juist meer vanuit samenwerking voor alle kinderen in de buurt.
Daarnaast ben ik er trots op dat het lukt om de boel bij elkaar te houden. Dit soort systeemveranderingen vragen tijd, continuïteit en vertrouwen, en dat fundament ligt er inmiddels.

Wat ga je nu doen?
Goede vraag… Ik blijf betrokken in Osdorp als projectleider van het Familiecentrum De Kikker, waar De Globe en de Johannesschool onderdeel van zijn. Daarnaast werk ik in Harderwijk als kwartiermaker van de gezinsgerichte wijkaanpak, een samenwerking tussen gemeente, onderwijs, welzijn en kinderopvang. Daarnaast blijf ik graag meewerken aan vraagstukken rondom het organiseren van inclusief onderwijs. Kortom: ik ga me vast niet vervelen.

Wat wil je meegeven aan je opvolger Dieneke?
Dieneke is al langere tijd betrokken bij dit werk en kent de context goed, wat vertrouwen geeft voor de toekomst. Dieneke is een onderwijsprofessional met een enorme bevlogenheid voor kinderen. Ze beschikt over een breed netwerk en brengt verschillende expertises mee die goed aansluiten bij de volgende fase van Geen Kind de Buurt Uit.
Daarnaast is Dieneke onafhankelijk, doortastend en een echte aanpakker. Daarmee is ze uitstekend gepositioneerd om het werk verder te versterken en door te ontwikkelen.

Deel deze pagina:

Hafida Boukamir, leerkracht en zorgcoördinator op OBS De Punt: