Dieneke Blikslager: ‘Door samen te werken kunnen we het verschil maken voor leerlingen, leerkrachten en uiteindelijk voor de hele wijk’

Hoe heb jij Geen Kind de Buurt Uit ervaren vanuit de positie van de scholen? 

Ik ben via de Lukasschool betrokken geraakt in het voorjaar van 2024, toen heette het nog BEN in de Buurt. Het duurde even voordat ik door had met welk bijzonder (en stoer) project ik te maken had. Mijn eerste echte inhoudelijke kennismaking was bij een overleg over taalonderwijs in het najaar van 2024. Ik vond de sfeer daar tussen de aanwezigen prettig en collegiaal. Het proces van expertise naar de scholen brengen, was al begonnen. Dit groeit inmiddels toe naar een samenwerking van de scholen met een groeiende expertiseschil. 

Waarom dacht je toen je de vacature zag voor wijkverbinder Geen Kind de Buurt Uit: dit is echt wat voor mij!?
Ik dacht, nu of nooit. Die logische verbinding tussen onderwijs, expertise, ondersteuning en de leefwereld van het kind, blijkt door alle verschillende systemen en structuren in Amsterdam zo lastig te realiseren. Maar nu zijn er twee wijken die deze logische verbinding op een overzichtelijk niveau aan het maken zijn. Dat is wat mij zo aanspreekt. 

Ik sta nog altijd minimaal één dag per week voor de klas. Dat houdt mij verbonden met de dagelijkse praktijk en herinnert mij eraan waarom ik ooit voor dit vak heb gekozen. Het inspireert mij bovendien in mijn andere werkzaamheden. Ik weet hoe het voelt dat je het voor een leerling graag anders zouden willen, maar ook hoe lastig het soms is om dat te realiseren. Daarvoor is afstemming en samenwerking nodig: inhoudelijk, met expertise én praktisch, in de vorm van extra ondersteuning in de klas.

Wat kunnen we van je verwachten? Wat wil je voor elkaar krijgen de komende jaren?
De bestaande ondersteuningsstructuur zie ik als een waardevol vertrekpunt: wat er al is wil ik benutten en, waar mogelijk, stap voor stap versterken en beter op elkaar afstemmen. Daarnaast denk ik graag mee over het samen ontwikkelen van praktische hulpmiddelen of ‘toolkits’ per expertise, bijvoorbeeld rond TOS in het regulier onderwijs, passende aanpassingen per leerjaar of ondersteuning bij specifieke gedragskenmerken, zodat leerkrachten concreet houvast hebben in hun dagelijkse handelen. De komende jaren wil ik er samen met de scholen aan werken dat zij elkaar steeds makkelijker vinden bij gedeelde ondersteuningsvragen, niet door opnieuw te beginnen, maar door voort te bouwen op wat al werkt, zodat expertise laagdrempelig en vooral praktisch beschikbaar is, dichtbij de leerkracht en in de klas.

Wat is er nodig om dat voor elkaar te krijgen? 
Cruciaal is dat expertise geen losse schakel blijft, maar onderdeel wordt van het dagelijks handelen in de school en van de samenwerking met ouders. Door samen te werken in en aan de klas, en ouders hierbij op een toegankelijke manier te betrekken, kunnen we het verschil maken voor leerlingen, leerkrachten en uiteindelijk voor de hele wijk. Voor mij betekent dit dat ik scholen actief bij elkaar breng om gezamenlijke ondersteuningsvragen zichtbaar te maken en deze samen te vertalen naar concrete aanpakken waar iedere school gebruik van kan maken, met ook duidelijke aandacht voor de rol en begeleiding van ouders. De school is daarbij voor mij de centrale plek waar onderwijs, expertise en ouderbetrokkenheid samenkomen, zodat het voor ouders een logische en samenhangende route is en het kind samen met zijn leerkracht(en) optimaal ondersteund wordt.

Deel deze pagina:

Anna Tames, IB'er op IKC de Boomgaard: